Cursus Weer & Gewasbescherming bij Aeres Praktijkcentrum Dronten

Door Cursuscentrum Agribusiness


Het weer heeft grote invloed op de werking van gewasbeschermingsmiddelen. Temperatuur, luchtvochtigheid, neerslag en wind kunnen de werking van gewasbeschermingsmiddelen flink stimuleren of juist beperken; allemaal zaken die op 2 december a.s. in de cursus Weer & Gewasbescherming aan de orde komen die agro meteorologisch specialist Erno Bouma verzorgd! 

Temperatuur

Kijk bij temperatuur niet alleen op weerapp. De daar genoemde minimum en maximum temperaturen zijn op 1,50 m gemeten of voorspeld voor die hoogte. Op gewasniveau, vlak bij de grond, kan de temperatuur flink afwijken. Overdag als de zon schijnt is het bij de bladeren van de plant veel warmer. ’s Nachts is het tegenover gestelde het geval. Dan kan er vorstschade ontstaan terwijl de thermometer op 1,5 m nog enkele graden boven nul aangeeft.

Insecticiden werken beter bij warm weer

Bijna alle insecticiden werken beter bij warm weer. Ten eerste doordat de insecten meer bewegen en daardoor sneller met het middel in aanraking komen. Maar daarnaast zijn de meeste middelen bij hogere temperaturen effectiever. Wel belangrijk is het om te weten dat insecticiden bij veel licht snel worden afgebroken. Het advies is daarom: Spuit aan het begin van de avond. Het is dan nog warm maar de lichtintensiteit neemt snel af.

Luchtvochtigheid

Luchtvochtigheid is een veel belangrijkere factor dan de temperatuur. Deze factor bepaald of de middelen kunnen worden opgenomen door de plant. De waslaag is bij droogte dikker, dit beperkt de opname van de middelen. Daarnaast zwelt de cutine laag bij een hoge luchtvochtigheid op. Zeker de in water oplosbare middelen worden dan beter opgenomen. Let op. Het heeft geen zin om systemisch werkende middelen bij fel zonnig weer te spuiten. Het middel komt de plant niet binnen.

Geen Roundup bij zonnig weer

Ga geen aardappelopslag bestrijden met glyfosaat bij zonnig en schraal weer. Het water uit de spuitvloeistof verdampt dan erg snel. De zoutconcentratie op het blad wordt dan veel te hoog. Hierdoor verbrandt het blad als het ware en komt het middel nooit terecht in de wortel en knol van de plant. Stip dus alleen bij groeizaam weer.

LDS werkt niet bij schraal weer

Een laag doseringssysteem voor contactherbiciden werkt veel minder na een periode van schraal weer. De waslaag van de kleine onkruidplantjes is dan veel te dik en de cutine laag ingeslonken. De herbiciden worden dan niet opgenomen. Zeker de lage doseringen zullen nauwelijks effect hebben. Wacht met spuiten tot het groeizamer weer is.

Neerslag

Neerslag vlak na een bespuiting op droog blad is niet gewenst. Een gedeelte van het middel is nog niet gehecht en zal van het blad afspoelen. Veel erger nog is het spuiten tijdens een bui of op nat blad. Op een nat blad willen bestrijdingsmiddelen niet hechten. Een klein beetje regen zorgt er dan al voor dat al het middel afregent. Let trouwens op. De neerslaghoeveelheid op een perceel kan sterk verschillen. Zet meerdere regenmeters neer voor een goed beeld. Dit zijn slechts een paar voorbeelden die tijdens de cursus op vrijdag 2 december aan de orde komen; de cursus telt mee voor de gewasbeschermingslicentieverlenging. Wie de cursus Weer en Gewasbescherming heeft gevolgd, hoeft niet langer te gissen, maar weet welke invloed het weer heeft op ziekten, plagen en gewasbescherming. En, hoe hij daar sturend mee kan omgaan.

Meer informatie: www.cursuscentrum-agribusiness.nl