De Nederlandse aardappel dankt zijn unieke positie aan brede samenwerking en continue vernieuwing

De aardappel: gezond, goedkoop en lekker, al eeuwenlang. Het Nederlandse businessmodel van de aardappelveredeling is uniek in de wereld.

Hoe is dat eigenlijk ontstaan, die toonaangevende positie van Nederland in de aardappelveredeling? Door samenwerking en de juist beloning voor kwekers, stelt de 76-jarige promovendus Jan van Loon. Het begon allemaal vanaf 1888. Na de invoering en vestiging van de aardappel in Europa wordt in de negentiende eeuw duidelijk dat de kwaliteit van het gewas verbeterd moet worden. Nederland is weliswaar niet de eerste om hiermee te starten, maar is hierin wel zeer efficiënt door de korte lijnen tussen alle betrokkenen in de aardappelketen. De betrokkenheid van en ondersteuning door de overheid leidt tot uitbreiding van het onderzoek, institutionele infrastructuur en wetgeving. Al in 1924 ontstaat de eerste rassenlijst. Advies aan, begeleiding en stimulering van de kwekers wordt vanaf 1938 gebundeld in een commissie. Het veredelingsonderzoek groeit onder invloed van deze begeleiding en door het verstrekken van (gratis) zaden voor praktijkgericht- en wetenschappelijk onderzoek. Het hoogtepunt, onder een sterk sturende overheid, wordt bereikt in de jaren zeventig. Daarna trekt de overheid zich steeds meer terug uit het praktijkgerichte onderzoek en nemen de commerciële veredelingsbedrijven dit over.

De aardappelveredeling werd de eerste 50 jaar bepaald door met name kleine, individuele kwekers. Pas na de invoering van het Kwekersbesluit in 1941 en de Zaaizaad- en Plantgoedwet in 1967 is er een sterke ontwikkeling van het kweekwerk door bedrijven, gestimuleerd door het exclusieve eigendomsrecht (het monopolie) van de kweker op zijn ras en de beloning voor de kwekersarbeid middels royalty’s. Tot in de eenentwintigste eeuw starten bedrijven met kweken. Een in de wereld unieke samenwerking van de commerciële veredelingsbedrijven met de kleine kwekers functioneert tot op heden, als een vorm van participatieve veredeling.

Drie belangrijke elementen voor een succesvolle aardappelsector

Drie elementen zijn het belangrijkste in de ontwikkeling van een sterke aardappelveredelingssector in Nederland: de brede samenwerking, institutionele infrastructuur en beloning van de kwekersarbeid. Het resultaat is een zich steeds vernieuwend en divers rassenpakket. Het huidige aardappelveredelingsbedrijfsleven met ongeveer vijftien bedrijven en 150 kleine kwekers, heeft zich volledig ontwikkeld, is goed georganiseerd en heeft een vooraanstaande positie in de wereld.

Toekomstbestendige aardappel vraagt om nog snellere verandering in de sector

Met de toenemende investeringen in de veredelingstechnologieën veranderen de verhoudingen in de samenwerking van een aanvankelijk breed en open platform naar een meer gesloten bedrijfscultuur. Het wordt daarmee een uitdaging om de brede diversiteit in de veredelingssector te handhaven en de kleinere bedrijven erbij betrokken te houden. De groeiende aandacht voor een duurzame teelt maakt het noodzakelijk voor de sector om sneller te reageren op veranderingen en hierop actie te ondernemen.