Het engelengeduld van een tulpenveredelaar

,,Wij veredelaars zijn geduldige mensen’’, beschrijf Arjen Rood met een lach. Hij is tulpenveredelaar bij Vertuco uit Oude Niedorp. Een vak dat naast kennis en kunde, veel tijd vraagt. Het duurt namelijk ruim twintig jaar voor een nieuwe tulp klaar is voor de commerciële markt.

Rood (47) werkt nu zo’n dertig jaar voor het tulpenveredelingsbedrijf in de Noordkop. Vertuco is opgericht door zes bedrijven die gespecialiseerd zijn in het kweken, broeien en vermeerderen van tulpen. Tulpen veredelen is een arbeidsintensief (zie kader) en kostbaar proces. Een dergelijke samenwerking – waarvan er meer zijn in Nederland - houdt het ontwikkelen van nieuwe tulpen (cultivars) betaalbaar.

Waarom veredelen?

Nieuwe cultivars zijn volgens Rood van vitaal belang, ondanks het feit dat er al heel veel zijn. Zo is de populairste tulp van dit moment – de Strong Gold – over enkele decennia aan vervanging toe. ,,Een tulp is onderhevig aan degeneratie. Het is een van de reden waarom wij veredelen. Als de jaren verstrijken krijgt een tulp, zoals de Strong Gold, bijvoorbeeld meer te maken met ziekte. De groeikracht neem eveneens af. Daarom is het werk dat wij doen belangrijk voor de toekomst van de tulp. Eigenlijk zijn wij op zoek naar de nieuwe Strong Gold.’’

Naast het krijgen van een gezonde tulp zijn er diverse andere eigenschappen die een veredelaar wil verbeteren of aanpassen. De kleur, vorm, lengte, ziekteresistentie en houdbaarheid bijvoorbeeld. ,,We willen een tulp die mooi is. Die potentiele kopers aanspreekt’’, legt Rood uit. ,,Maar we kijken ook naar eigenschappen die voor de broeiers en kwekers voordelen opleveren.’’

Een tulp die sneller groeit of die door een stevige bladstand makkelijker te plukken is. ,,Dit zorgt voor een efficiëntere en dus goedkopere verwerking van de tulpen.’’

Ambachtelijk

Voor het veredelen van tulpen kunnen de veredelaars niet terugvallen op een laboratorium. Het is nog altijd een ambachtelijk proces. Rood: ,,Bij lelies kun je bijvoorbeeld de schubben gebruiken voor weefselkweek en daarmee het vermeerderingsproces en dus ook het veredelingsproces enorm versnellen. Voor tulpen, die geen schubben hebben, is deze techniek niet te gebruiken. We kunnen enkel gebruik maken van het zogeheten vegetatieve vermeerdering’’, legt hij uit.

Vegetatieve vermeerdering begint met een bol. Uit de groeipunten groeien dan meestal een, twee of drie nieuwe bollen. Die worden weer geplant waarna er uit die twee bollen in totaal vier tot zes bollen komen. Dat proces herhaalt zich jaarlijks om uiteindelijk tot een partij te komen die groot genoeg is voor de handel.

,,Er zijn in de voorbije jaren wel enkele veelbelovende onderzoeken geweest met betrekking tot weefselkweek. Uiteindelijk hebben die het ‘geheim’ van de tulp niet kunnen ontrafelen, of in ieder geval niet geleid tot een bruikbare techniek. Het blijft nog altijd een ambachtelijk proces. Ik vind dat het ook wel iets moois heeft. Natuurlijk, soms is het frustrerend dat het zo lang duurt. Maar het zorgt er ook voor dat je uiteindelijk veel eer van je werk hebt en dat je heel grondig en kritisch bent tijdens het selectieproces.’’

Trots

Rood denkt met trots terug aan een van zijn eerste cultivars bij Vertuco: de Fabio. ,,De eerste tulp met een gefranjerde rand. Daar denk ik met genoegen aan terug. Ik begon daar in 1983 aan. In 1986 begon ik met het de tulp die uiteindelijk de Valery Gergiev, een van de populairste in het assortiment van Vertuco. Dat zijn de momenten waarop het lange en geduldige proces van tulpen veredelen wordt beloond.’’

Hoe werkt veredelen?

Bij het veredelen worden twee verschillende tulpen met elkaar gekruist. Dit gebeurt door het stuifmeel van de ene tulp op de stamper van de andere tulp te smeren. Na enkele maanden worden de zaadjes die hieruit voortkomen geplant. Ze ontwikkelingen zich vervolgens tot kleine tulpenbollen die in de grond worden geplant.

Na zes jaar zijn er pas planten die bloeien. Dat is het moment waarop veredelaars gaan selecteren. Arjen Rood van tulpenveredelaar Vertuco: ,,Dan zie je pas wel effect de kruisingen hebben gehad. Van de honderd kruisingen die je in een bepaald jaar doet, haalt een heel klein deel de eindstreep maar. Na elke bloeiperiode blijf je selecteren. Als er uiteindelijk vijf of zes overblijven die commercieel vatbaar zijn, heb je het heel goed gedaan’’, vertelt Rood. ,,

Het geeft aan hoe arbeidsintensief het proces is. Bij het kruisen maken wij gebruik van onze vakkennis en ons gevoel. En de kennis die we hebben over de tulpen waarmee we kruisen is ook belangrijk. Dan weet je welke eigenschappen je combineert en dat vergroot de kans op succes. Maar het blijft heel moeilijk om exact te voorspellen wat de uitkomst zal zijn. Daarom beginnen we elke keer ook met een grote groep kruisingen in de hoop dat daar die ene topper tussen zit.’’

Als uiteindelijk een keuze is gevallen op een cultivar moet deze vermeerderd worden. Uit de groeipunten van de tulp komen de nieuwe bollen (meestal een, twee of drie). Deze worden geplant en een jaar later komen uit die bollen wederom nieuwe bollen. ,,Dit gaat zo door tot er genoeg is om het te verhandelen. Dat proces duurt nog enkele jaren.’’